Watermeters

Het ODS leveringsprogramma van Elster omvat o.a. huiswatermeters en industriële watermeters met diverse meetprincipes zoals: Woltmann, vleugelrad, volume, ultrasoon, magnetisch inductief, drooglopers of natlopers, enkelstraals of meerstraals meters.

Klassen A, B, C, D.
Er zijn vier klassen watermeters: Klasse A, B, C en D. De klasse wordt bepaald door de flowrate waarbij de meter een onnauwkeurigheid krijgt van meer dan 5% (dit wordt Qmin genoemd), maar ook door de flowrate waarbij de meter een onnauwkeurigheid krijgt van meer dan 2% (dit wordt Qt genoemd). Bij een klasse D meter liggen deze punten bij een lagere flowrate dan bij een klasse C meter, en zo voort. De klasse D meter is dus over een groter meetbereik nauwkeurig.

Uitlezing
Watermeters hebben vaak een mechanisch telwerk met meerdere wijzertjes, dat via een magnetische koppeling door de beweging van de turbine of rotor worden aangedreven. Hulpenergie is niet benodigd. Watermeters kunnen ook worden voorzien van een pulsgever met bijvoorbeeld een reed-contact. Hiermee kan een extern telwerk worden aangestuurd.


Hieronder treft u meer informatie aan over enkele meetprincipes, die typisch zijn voor watermeters:

  • Het volume meetprincipe
    Bij een volume meter wordt het waterverbruik gemeten door een soort ringzuiger. Het voordeel is een hoge nauwkeurigheid. Het nadeel is dat het wat gevoeliger is voor deeltjes in het water dan de andere meetprincipes. Leverbaar in klasse C en D;
     
  • Het Woltmann meetprincipe
    Een Woltmann meter is voorzien van een Woltmann rad (schoepenrad/impeller), dat door de vloeistofstroom wordt aangedreven. Het is een turbinemeter, dus een snelheidsmeter. We meten dus eigenlijk de snelheid in de leiding en rekenen dit terug naar een doorgestroomd volume. Het stromingsprofiel moet bij voorkeur turbulent zijn. Om dit te bereiken is voor en achter het instrument een rechte leiding van dezelfde inwendige diameter noodzakelijk. Als inlooplengte moet men minimaal 5D aanhouden, als uitlooplengte 2D. Woltmann meters zijn er in horizontale, verticale en haakse uitvoering. Leverbaar in klasse A en B;
     
  • Het meerstraals meetprincipe
    Dit is eigenlijk een turbinemeter. De meter bevat de meerstraalsmeetkamer en een vleugelrad. De vloeistof treedt op meerdere plaatsen de meetkamer binnen en drijft het vleugelrad aan. De inlaat van de meter heeft vaak een zeef om de grotere onzuiverheden uit het leidingwater tegen te houden. Dit type komt veelvuldig voor als drinkwatermeter in woonhuizen. Leverbaar in klasse A, B en C;
     
  • Het enkelstraals meetprincipe
    Het meetprincipe is identiek aan het meerstraals meetprincipe, echter de vloeistof treedt op één plaats de meetkamer binnen om het schoepenrad aan te drijven. Als voordeel heeft deze meter dat hij ongevoelig is voor deeltjes in het water, en vrij betrouwbaar en nauwkeurig is. Het nadeel is dat de enkelstraalsmeter alleen horizontaal geplaatst mag  worden. Leverbaar in klasse A, B en C;
     
  • Natlopers en drooglopers
    Bij een natloper is er geen directe scheiding tussen het ‘natte’ meterhuis en het telwerk. Het water komt tot aan het venster van het telwerk. Dit is geschikt voor schone vloeistoffen. Het voordeel is dat dit telwerk niet zo duur is. De nadelen zijn dat het telwerk na enkele jaren slecht afleesbaar kan zijn, niet draaibaar is, en de tandwieltjes in het water gevoelig zijn voor deeltjes.

    Bij een droogloper is het telwerk van het natte gedeelte gescheiden door bijvoorbeeld een mechanische asafdichting of een magneetkoppeling/magneetoverbrenging. Een droogloper wordt gebruikt bij een dikker en vuiler medium, zoals bijvoorbeeld grondwater. Het waterdichte telwerk is hierbij een voordeel. Er komt dus geen water in het telwerk. Een nadeel is dat het telwerk een andere temperatuur heeft dan het meetelement. Hierdoor kan condens in het telwerk ontstaan, waardoor aflezen soms lastig is. Verder is het telwerk vaak draaibaar.

Voor meer informatie laat via deze link uw contactgegevens achter.

 

Terug naar Algemene informatie.